Laos (deel 2): Fietsen verbindt mensen

Laos (deel 2): Fietsen verbindt mensen

14-02-2023 – 15-03-2023

Welkom terug in Laos

We komen vanuit het enorm drukke en hectische Vietnam. We zijn de enigen bij de grens en meer dan één hokje en stilte is er niet. Geen huisjes, geen pinautomaat, wisselkantoor of winkeltje, geen toeters en bellen meer. De bergen rijzen voor ons uit en winkels zullen we pas vinden in het eerste grotere dorp dat we hopelijk aan het einde van de dag zullen bereiken. Terwijl we fietsen horen we weer vanuit allerlei hoeken het inmiddels bekende en vriendelijke ‘Sabaidee!‘ (hallo). Het tovert altijd een glimlach op onze gezichten. Ergens onderweg eten we, in een landbouwhutje omringd door buffels, onze laatste Vietnamese instant noodles en rijstpapier met pindakaas op. We merken direct het enorme verschil met Vietnam, waar overal wel eten te vinden is. In Laos is dit veel beperkter. We zijn dan ook blij als we eenmaal aankomen in Vieng Xai. Een stadje waar we overnachten in een fijn guesthouse, maar niet voordat we met de de buren een Beerlao hebben gedronken. Ze proberen ons wat Laotiaans te leren en zijn erg trots op hun nationale biermerk.

Vieng Xai: een donkere geschiedenis

In Vieng Xai ontbijten we bij een Indiër die sinds lange tijd in Laos woont. Daarna fietsen we naar enkele grotten in de buurt. Met een Engelse audiogids worden we op pad gestuurd om langs een aantal plekken te fietsen om meer over de gruwelijke oorlogsgeschiedenis van Laos te leren. Enkele weken geleden, tijdens ons eerste keer bezoek naar Laos, bezochten we in Luang Prabang het UXO Visitor Center (Unexploded Ordnance). Over hoe de Amerikaanse (cluster)bommen nog dagelijks slachtoffers maken door niet-ontplofte bommen. Als we naar de eerste grot fietsen, staat er een gids ons op te wachten. We zijn de enigen en hij vertelt nog meer dan de audiogids. We gaan 5 grotten in waar tussen 1964 en 1973 de communistische Pathet Lao voor een onafhankelijk communistisch Laos streed en samen met tienduizenden lokale inwoners leefde. Door de Koude Oorlog en angst voor Russische invloed hebben de VS in Vietnam het communisme een halt proberen toe te roepen. Bij ons is dit beter bekend als de ‘Vietnamoorlog’. Tegelijkertijd woedde er in het geheim in Laos een oorlog tegen het communisme waarbij meer bommen werden gebruikt dan tijdens de Tweede Wereldoorlog in Europa (ook wel de ‘Secret War’ genoemd)! Helaas is Laos daardoor de meest gebombardeerde natie van de geschiedenis. Negen jaar (!) lang werd de Laotiaanse bevolking 24 uur per dag, elke 8 minuten (!) belaagd met een vliegtuiglading vol bommen. Men leefde daarom in het donker en in de grotten die uitgerust waren met een ziekenhuis, school, en zelfs een theater. Luchtdichte kamers werden gebouwd uit angst voor chemische bommen. Mensen kookten als het donker was en het werk op het land om in eten te voorzien werd ‘s nachts gedaan. Dieren, zoals kippen, moesten worden gedood. De piloten van de vliegtuigen kregen de opdracht bommen te droppen op plekken waar kippen rondliepen… Dat betekende immers een teken van leven. Onschuldig leven. Rondom de grotten zijn nog veel grote kraters te zien van de bommen die hier gevallen zijn en de rood-paarse bloemen staan voor het bloedvergiet dat hier heeft plaatsgevonden. War is NEVER the answer! 🕊️

To the fair

De Indiër lacht als hij ons weer terugziet voor ontbijt. We fietsen vandaag naar Sam Neua en ontdekken daar dat een zaakje wafels serveert, dus we bestellen er allebei eentje. De grootste en dikste wafels die we ooit gegeten hebben. We worden er bijna misselijk van, maar na de rijst en noodles kunnen we er wel echt van genieten. In Sam Neua is het vandaag kermis. Er staan een paar trampolines voor de kinderen, er wordt een soort poker gespeeld en met geweren op gekleurde flessen geschoten. Anders maar hetzelfde!

Eloy en eten?!

Omdat we nog een overheerlijke wafel over hadden eten we die als ontbijt en daarna nog een portie gefrituurde rijst. Dan springen we op de fiets om de bergen in te rijden. We weten dat de komende dagen een uitdaging gaan worden. Weinig voorzieningen, slechte wegen en veel hoogtemeters. Aan het einde van de fietsdag vinden we bij een restaurantje een plekje om de tent op te zetten. Een jongedame is er bezig met het kleuren van draad om te weven. Er is een stukje gras naast een waterval en het restaurant lijkt gesloten, maar is toch open. Vooral de bekende papajasalade is super pittig! Audrey heeft er na 2 happen genoeg van en zegt dat haar maag dit niet aankan. Eloy waagt zich er toch aan… Later op de avond nodigt de familie ons uit om nog bij hen aan tafel te zitten en eten we allerlei onherleidbare dingen. De pittigheid eist even later, als we in de tent liggen, z’n tol. Eloy’s darmen klinken als een centrifugerende wasmachine en hij gaat elk uur de tent uit om over te geven.

Eloy heeft in de ochtend nog buikpijn en ook diarree, maar hij is ervan overtuigd dat het wel gaat en we moeten eigenlijk ook verder, aangezien hier niks is. Met beduidend minder energie gaan we langzaam en zigzaggend de bergen op. Onderweg komen we enkel door heel kleine dorpjes met houten huisjes, waar de vrouwen vaak aan het werk zijn op een houten weefgetouw. Tegen het einde van de dag merken we dat we de laatste berg niet gaan halen en besluiten ergens een plek te zoeken om te kamperen, want er zijn geen guesthouses in de buurt. Daarnaast is ons water bijna op. Dan komen we plots langs een groep Thaise toeristen die met hun pick-ups staan te pauzeren langs de kant van de weg. Ze zijn enthousiast en geven ons uit het niets water, blikjes Fanta en zakjes pittige Thaise instant noodles om later te koken 😉 We zijn hen meer dan dankbaar en verrast dat bepaalde ‘problemen’ zich onverwachts kunnen oplossen. Plots hebben we weer water. We fietsen nog een stukje verder en kamperen op een (zeldzaam!) vlak stuk, een beetje beschut van de weg, achter een heuveltje. Snel koken we de instant noodles met maar 1/5 van de saus, omdat het anders te pittig is. We zijn zo ontzettend vuil en stoffig, en we plakken van het zweet, maar het heeft geen zin om ons daar nu zorgen over te maken. We zijn uitgeteld en slapen al rond 20.00u. Rond middernacht is het echter opnieuw raak. De darmen van Eloy kunnen de noodles nog niet verwerken en hij stormt net op tijd de tent uit en alles komt er langs boven uit. Ook heeft hij nu koorts, maar met wat medicatie blijkt hij nadien toch redelijk te kunnen slapen. We besluiten dat we de volgende ochtend een stuk gaan proberen te liften.

Liften en vuilnis

We zijn vastbesloten dat we gaan proberen te liften, maar het is zondag, dus we hopen dat er trucks langsrijden. We hebben opgezocht dat een duim opsteken niet werkt in Laos; je moet je hand in de lucht wapperen! Terwijl Audrey op de uitkijk staat voor een lege pick-up of truck, gaat Eloy klaarstaan om te wapperen. De eerste rijdt door… Maar na 10 minuten stopt de 2e lege truck. Met een vertaling via de telefoon proberen we duidelijk te maken dat één van ons ziek is en of wij en de fietsen met hen mee kunnen. Ze gebaren dat het oké is en de vrouw kruipt direct achterin, want wij moeten voorin. We laden samen de fietsen in en merken al snel dat zelfs met een pick-up deze bergen een beproeving zijn. Er is geen enkel recht stuk weg en bij elke bocht is er wel een brommer, vrachtwagen of enorm gat waar voor moet worden uitgeweken. Onze chauffeur drinkt een blikje ijskoffie om alert te blijven. De communicatie is beperkt want beiden kennen geen Engels en ons Laotiaans is ook erg magertjes. Via Google Translate proberen we wel wat tegen elkaar te zeggen, maar de man is nogal enthousiast en de weg is een achtbaan, dus Audrey is bang dat ze hem teveel afleidt 😉 Hij rijdt overigens heel voorzichtig, dat zijn we hier niet gewend. We delen onze bananen en even later krijgen we een maïskolf terug.

De man lacht als hij ziet dat we al ons afval in een plastic zakje stoppen. Plots opent hij het raam en gebaart dat we het naar buiten kunnen gooien. Dat deed hij ook met het koffieblikje en ander afval. We zijn verbijsterd en voelen ontzettend veel weerstand. We leggen via een vertaling uit dat we ons afval altijd verzamelen en niet in de natuur gooien. Hij lacht en gebaart nogmaals naar het raam. We nemen het plastic en papier toch maar mee. Het probleem is groot. In heel Zuidoost-Azië, maar zeker in een land als Laos. De economie van Laos is de laatste jaren snel gegroeid, wat ook heeft geleid tot meer afval. 25% van al het afval is plastic en dit bestaat voor 95% uit plastic voor eenmalig gebruik, zoals bekers, flessen, tassen, rietjes en verpakkingsmateriaal. Voor ons is het bijna onvoorstelbaar, maar zelfs in de grotere steden wordt maar ongeveer de helft van het afval verzameld en opgehaald, omdat er geen goed ophaalsysteem bestaat. Iets dat voor ons zo goed als vanzelfsprekend is.

Het afval dat wordt opgehaald gaat naar stortplekken die weer slecht gemanaged worden en die vaak smeulen en in brand staan. Daarnaast dumpen veel mensen hun afval dus in de waterwegen, langs de kant van de weg of ze verbranden het, wat weer leidt tot lucht- en milieuvervuiling én grote gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Een andere keer houden we pauze langs de kant van de weg en zien we enkele meters verder een pick-up stoppen. Enorme vuilniszakken worden geleegd langs de kant van de weg, rechtstreeks in een rivier. Ons hart breekt en we beseffen dat er nog een lange weg te gaan is.

Na een dikke 3 uur over welgeteld 90 km (!) komen we aan in het dorp waar we zouden uitstappen. Dat zegt iets over de weg… We bedanken ze en geven hen wat geld voor de benzine. Dan zoeken we een guesthouse en gelukkig is Eloy de dag vrij redelijk doorgekomen en is de koorts weggebleven.

De dag nadien is het landschap al een stuk vlakker en het herstel van Eloy zet zich door. We stoppen bij een kraampje waar ze suikerrietsap verkopen. De bereiding zelf is al bijzonder: de suikerriet gaat door een pers, het sap wordt opgevangen en de schors komt gespleten aan de voorkant naar buiten. Het schijnt ook goede sportdrank te zijn met veel suikers en de smaak is heerlijk. Zoals Audrey omschrijft: ‘zoete appel maar milder van smaak’. Een aantal meiden van een nabijgelegen school schatert het uit als ze ons zien en blijkbaar willen ze graag met ons op de foto. Eerst in groep en daarna één voor één.

Phonsavan: Plain of Jars

Daarna schieten we door naar Phonsavan. Eén van de grotere steden in Laos, met zo’n 37.000 inwoners. Als we die avond op zoek gaan naar avondeten, zien we voor het eerst in Laos zwervende mensen en kinderen bij de restaurants. Ze zien er ontzettend arm en ziek uit, sommigen zelfs verminkt. Zodra mensen klaar zijn met hun eten, lopen ze naar de tafels om de resten mee te nemen en op te eten. Het is hartverscheurend om te zien. Enkelen delen een deel van hun eten en het restaurant lijkt er gelukkig geen moeite mee te hebben.

De dag nadien gaan we de Plain of Jars bezoeken. In Centraal Laos liggen meer dan 2000 stenen potten, waarvan sommige gigantisch zijn! De potten werden tijdens de IJzertijd gebruikt voor begrafenisrituelen en ze liggen verspreid over een groot gebied. Op de plek die wij bezoeken is er ook een grot met een gat in het plafond. Men vermoedt dat hier lichamen werden verbrand.

Zoals op de foto’s te zien is, zijn er enorme kraters in het landschap. De ‘Plain of Jars’ werd ontdekt in de jaren ’60 en ’70, voordat de eerder genoemde ‘Secret War’ uitbrak. De opgravingen begonnen daardoor pas echt in 1994 en in 2005 werd een enorme hoeveelheid onontplofte munitie van de site verwijderd. Daarna werd het opgesteld voor bezoekers en sinds 2019 maakt het deel uit van het UNESCO Werelderfgoed. Het voelt vreemd om op deze plek rond te lopen. Tussen de verre geschiedenis van de mensheid, maar met de verwoestende sporen van de recentere ‘Secret War’ van 1964 tot 1973.

Richting het Zuiden

Na Phonsavan vervolgen we onze weg van Centraal-Laos richting het Zuiden. We rijden nu door een landelijk gebied, wat erg dunbevolkt is en waar veel boeren leven. De winkeltjes zijn beperkt tot een huiskamer met wat snoep en koekjes of een tafeltje voor de deur van een huis met wat fruit en soms groente. Daarnaast zien we het landschap redelijk snel veranderen. De koude bergen, waar we toch nog vaak een donsjas nodig hadden, maken plaats voor het drogere en warmere binnenland. Buiten de dorpjes zien we enorme gebieden waar ontbossing heeft plaatsgevonden of nog gaande is. Op veel plekken zijn kale stukken te zien, ligt de grond er nog verkoold bij of dwarrelt er as door de lucht. Dit om plaats te maken voor intensievere landbouw en plantages die meer opleveren.

Laotiaanse bruiloft

Bruiloften zijn in Laos al van ver te horen. Een gezellige bedoening met luide muziek of karaoke, veel mensen en vaak direct langs of op de hoofdweg in een tent. Zodra we vandaag langs een bruiloft rijden, worden we gevraagd om te stoppen. Meteen komt er iemand met bier aangelopen. En dan is het hek van de dam. De ene na de andere gast wil op de foto, en natuurlijk ook de bruidegom. Het bier wordt de hele tijd aangevuld, ook al geven we aan dat dat niet nodig is. We worden naar de gastentafel geleid en uitgenodigd om aan tafel te gaan zitten en wat te eten. Het eten ziet er echter onbekend uit en gezien Eloy net genezen is van zijn darmprobleem durven we het niet echt aan. Maar we krijgen er ook niet de kans toe, want er blijven mensen langskomen voor een foto. We zien een mogelijkheid om aan te geven dat we vertrekken en kunnen amper bevatten wat er zojuist weer gebeurde.

De oranje wegen in Laos

Dan verlaten we de doorgaande geasfalteerde weg om de route richting het zuiden verder te zetten. Direct komen we op een steil onverhard pad terecht, en als na een paar honderd meter het zweet van ons voorhoofd afdruipt, stellen we direct alles in vraag. De rest van de dag worstelen we door 10 cm dikke lagen zand, over rotsen, door een rivier, langs nog smeulende stukken land en meerdere keren moeten we de fiets duwen door de uitgespoelde ‘weg’. We komen langs verschillende huisjes en mensen die op hun land aan het werk zijn. Soms worden we aangekeken alsof we van een andere planeet komen, maar al snel gevolgd door een altijd enthousiast en glimlachend ‘Sabaidee!’ Volledig uitgeput komen we aan het einde van de dag in een klein dorpje terecht. We vinden een guesthouse zonder douche. De familie geeft aan dat we bij hen binnen kunnen douchen, want we zijn veranderd in 2 oranje sinaasappels. Alles zit onder het oranje zand en stof. Als we later gaan eten bij het restaurant in de straat, proberen we aan de hand van foto’s iets te bestellen. Een omelet met sticky rice en een soep. De omelet blijkt echter vol met pepers te zitten en waar Eloy het heet krijgt, merkt Audrey het pas bij de derde hap en gaat dan ook over de rooie 😉

Paksan

Na al het zand van gisteren heeft één fiets last van een piepende rem. Het duurt even, maar we kunnen het probleem verhelpen. Vandaag zijn er nog wat heuvels op de route en er is veel wind. Aan het einde van de dag bereiken we Paksan. De eerste grotere stad, waar veel administratieve overheidsgebouwen zijn en er is zelfs een ‘malaria station’. In sommige delen van Laos is er nog een risico op malaria. Dat is één van de redenen waarom we al sinds thuis malariapillen diep onderin onze tassen hebben zitten. In Paksan rijden we naar een pension. Direct komt er een oudere gast op ons af. Hij blijkt uit Boxmeer te komen en hij heeft veel reiservaring. Tijdens het avondeten, dat door de eigenaresse van het pension wordt bereid, komt hij nog uitgebreid tips geven over de verdere route.

Terug op de hoofdweg

Vanuit Paksan fietsen we nu opnieuw op de hoofdweg, de enige grote weg die richting het zuiden van Laos gaat. De weg is vlak, maar in slechte staat en er veel opwaaiend stof. Regelmatig verdwijnen we in een grote stofwolk van één van de passerende vrachtwagens. We gaan minder snel dan verwacht en besluiten ergens wat gebakken rijst te gaan halen en dan een slaapplaats te zoeken. Bij een pension waar we toevallig voorbij rijden, gaan we het erf op. Een oudere vrouw toont ons een kamer, die bestaat uit 4 muren, maar ontzettend vuil is. We vragen daarom of we de tent achter het gebouw mogen opzetten. Ze kijkt vreemd, maar begrijpt het na wat handen- en voetenwerk en is akkoord. Bij het opbouwen kijkt ze bij elke stap geboeid mee. Haar man is cassave aan het hakken totdat het donker is, iets wat hier veel langs de weg wordt gedaan. We wassen onszelf een beetje bij een kraantje en met wat doekjes, maar het vuil blijft grotendeels zitten. Vervolgens kruipen we de tent in om de rijst te eten.

Het begin van de Thakhek Loop

Na een paar dagen op de drukke hoofdweg, nemen we vandaag een afslag om een deel van de Thakhek Loop te fietsen. Het landschap is oogverblindend en na een dag fietsen zijn we net op tijd om de zonsondergang te zien bij een uitkijkpunt op een berg: ‘Rock Viewpoint’. Waar de geschiedenis het heden treft: een eeuwenoud kalksteengebergte.

Kong Lor grot en natte voeten!

De volgende dag fietsen we richting de kalkstenen grot ‘Kong Lor’. Het is één van de geologische wonderen van Laos, 7 kilometer lang en er stroomt een rivier doorheen. We zijn van plan de route aan de andere kant van de grot verder te zetten, dus de fietsen gaan mee op de bootjes. Of eigenlijk 2 bootjes, Eloy in het ene, Audrey in het andere. Eerst wordt er wat water uit de bootjes geschept en dan varen we de duisternis in, gewapend met hoofdlampjes en een reddingsvest.

Op bepaalde plekken in de grot meren de bootjes aan en is er de mogelijkheid om uit te stappen en de immense stalagmieten en stalactieten van dichtbij te bewonderen. Eloy zakt weg in de modder en valt tegen de boot in het water, inclusief portemonnee! We lachen zenuwachtig, de eerstvolgende pinautomaat is 100 km verderop. Eloy vraagt zich even later af waarom Audrey’s bootje niet uit de duisternis tevoorschijn komt… Het is aan de grond gelopen en Audrey roept: “We moesten uitstappen en het bootje losduwen”. Wat een zwaargewicht ook! Het laatste stukje moeten de bootjes een soort stroomversnelling op. De fietsen, spullen en wijzelf moeten uitstappen. De bootjes worden aan een touw omhoog getrokken en dan varen we het laatste stukje naar de uitgang van de grot. Het was een avontuur en wat een bijzondere grot. Nog nooit hebben we zo’n grote stalagmieten en stalactieten gezien en de kleuren zijn onvoorstelbaar.

Een slang, een onmogelijke weg en diarree

Aan de andere kant van de grot slapen we in een houten hutje van een resort. Als Eloy naar de wc gaat komt hij een levende slang tegen, die zodra hij een stap zet er supersnel vandoor gaat. Kennelijk is de slang banger van hem. Om 2 uur ‘s nachts komt er een hard geluid uit het toiletgebouw naast ons. Audrey gaat een kijkje nemen. Er is een kraan gesprongen en de boel overstroomt, maar er is niemand te bekennen op het terrein, dus zetten we de hoofdkraan maar dicht en gaan weer slapen.

De dag nadien beginnen we aan een tot dan toe onbekende uitdaging. Het pad bestaat uit los zand en gaat steil omhoog. Het duurt vele uren voordat we erdoorheen komen en er komt geen einde aan. We willen het liefst niet midden in de jungle kamperen. We zien de zon langzaam onder gaan en een gouden gloed kleurt de wereld om ons heen. Het is prachtig, maar dan wordt het snel donker en we vinden het alles behalve prettig om in het donker te fietsen. Geen straatverlichting, onbekende en slechte wegen met veel gaten, mogelijk dronken bestuurders, bosbranden (!) en vreemde geluiden en dieren uit het bos, om maar een paar onaangename dingen te noemen.

Helaas kunnen we er niks aan veranderen, dus we moeten door. Zodra Audrey het compleet gehad heeft, komt er een vriendelijke man uit een houten hutje, dat we nog niet gezien hadden door de duisternis. Hij ziet ons worstelen om de fietsen omhoog te duwen door het zand. Dan komt hij achter de fiets van Audrey staan en helpt mee te duwen op zijn slippers. We bedanken hem en de motivatie komt terug om de laatste kilometers naar de hoofdweg nog te overbruggen. We zijn denk ik nog nooit zo blij geweest om terug asfalt te zien. En sterren… Vele sterren!

De volgende ochtend merkt Audrey direct dat er iets niet in orde is. Normale mensen moeten naar de wc als je wakker wordt na een nachtje slapen, maar er komt geen drup uit! Ze besluit snel aan de ORS te gaan en komt de rest van de dag niet meer van de wc af. De diarreeremmers zijn helaas op, en als Eloy naar de lokale apotheek en de lokale kliniek gaat blijkt dat ze alleen aan plantengeneeskunde doen.

Thakhek en andere fietsers!

Na een geforceerde rustdag gisteren vanwege de voedselinfectie van Audrey kunnen we vandaag toch richting Thakhek fietsen. Daar hebben we afgesproken met een fietskoppel uit Nieuw-Zeeland, die al enkele jaren in Nederland hebben gewoond. Ze heten Bron en Renée, beiden ook op een Nederlandse Santos toerfiets die ze Rusty en Sunset hebben genoemd. We gaan een hapje eten en in de ochtend spreken we af om samen verder richting het zuiden te fietsen. Het is altijd leuk om ervaringen en verhalen uit te wisselen met andere fietsers. Tot nu toe zijn we nog vrij weinig andere fietsers tegengekomen.

Als we in de ochtend naar Bron en Renée willen fietsen blijkt Audrey een valse start te hebben. Een lekke band! Nummer?! Op de één of andere manier heeft Audrey tot nu toe de meeste lekke banden achter haar naam staan. Een beetje later dan gedacht zijn we dan toch op pad. Het duurt niet lang of een Zwitserse jongen voegt zich bij ons. Hij is een voormalig wielrenner en op zijn licht bepakte fiets gaat hij duidelijk sneller dan dat wij ooit zijn geweest. Hierdoor hebben we voor de middag al 50 km erop zitten! Eloy vindt een pension op 72 km en we besluiten met z’n allen daarheen te fietsen.

Als we alle 5 zijn geïnstalleerd in het pension komen er tot onze verbazing nog fietsers aanzetten. Een Franse familie met 2 tandems met daarop hun 2 jonge kinderen en een Zwitsers koppel. En onderweg komen we ook nog een ouder Italiaans koppel tegen. Gisteren waren we bijna geen fietsers tegengekomen en vandaag dit! Het zou ermee te maken kunnen hebben dat er maar één weg van Midden- naar Zuid-Laos loopt… en we lijken elkaar nu te kruisen. Het is een avond vol verhalen en ervaringen, we proeven van elkaars eten, delen wat er te delen valt, op de grond voor het enige guesthouse in de verre omgeving.

Franse invloeden in Pakse en koffie

De volgende dagen fietsen we verder richting het zuiden, met de Mekong steeds aan onze rechterzijde. Telkens treffen we de 2 Nieuw-Zeelandse fietsers ‘s avonds in een pension. Eén avond koken we samen pannenkoeken met alles wat we maar in onze fietstassen kunnen vinden: banaan, mango, kokosnoot, pindakaas, chocopasta, limoen, jam en suiker. De volgende dag vertrekken we vroeg om de hitte voor te zijn. De laatste dagen is de temperatuur razend snel omhoog geschoten en inmiddels in het rond de 35 graden overdag. Om 13.30u hebben we 66 km gefietst en komen we aan in de tweede grootste stad van Laos, Pakse. Met 88.000 inwoners nog erg bescheiden.

Koffie in Laos

In Pakse zijn er gebouwen en invloeden in de keuken uit de tijd van de koloniale overheersing door Frankrijk. Er zijn meerdere bakkerijtjes waar je een croissant of een baguette kunt kopen en ook de koffieplantages in Laos werden door de Fransen gestart begin 1900. Pas na 2000, toen ook het toerisme sterk toenam, werd koffie een belangrijk (export)product voor Laos. Het wordt vooral geteeld in het zuiden van Laos, op het koelere Bolaven Plateau, niet ver van Pakse. Een veel kleiner deel wordt in het noorden, in de bergen, verbouwd.

In 1998 begon de Laotiaanse overheid met het afbranden van opiumvelden om het land “drugsvrij” te maken. Samen met Myanmar en Thailand, produceerde Laos in de jaren ’70 ongeveer 70% van de wereldwijde opium. Laotiaanse boeren van etnische groepen in vooral het noorden van het land, waren economisch sterk afhankelijk van het verbouwen hiervan. Maar vanaf 1998 moesten er andere gewassen voor in de plaats komen. Rijst verbouwen in de bergen van Laos is bijzonder lastig gezien het landschap, de lage opbrengsten en de moeilijke toegankelijkheid van de gebieden. Dus werd er gestart met de aanleg van koffieplantages, ook in het noorden van het land. Vandaag de dag is Laos de 5e grootste producent van koffie ter wereld.

Normaal zien ontbijt, lunch, avondeten en snacks eruit zoals op onderstaande foto’s, maar nu we in een grotere stad zijn kunnen we weer wat andere dingen eten en daar genieten we dan ook erg van.

Eloy’s verjaardag, bijzondere koffie en uiteten met andere fietsers!

Ei, ei, ei en we zijn zo blij, want Eloy die is jarig en dat vieren wij met: eten! Chocoladebroodjes, koffie en chocomousse. We lopen die dag een beetje door Pakse en om de hitte te omzeilen zijn we op zoek naar een plekje binnen. Plots ziet we een fiets aan een café hangen, dus daar gaan we naar binnen. Er hangt een oude militaire fiets aan de muur en het duurt niet lang voordat de eigenaar lucht van ons krijgt. Hij is de zaak pas dit jaar gestart en hij wil dolgraag op de foto. Even later nemen ze een foto van ons en die wordt, tot onze grote verbazing, op de koffie geprint! Eloy krijgt van Bron en Renée ook een eet-cadeautje: Laotiaanse koffie en een grote pot pindakaas. Omdat het de laatste dag is dat we hen zien, gaan we samen uiteten. Italiaans, met een echte Italiaanse zaakvoerder. De rood-wit geruite tafelkleedjes, met pasta en kaas zoals die alleen maar door echte Italianen wordt bereid.

Oranje wegen

Na 2 dagen in Pakse stappen we weer op de fiets. We steken de Mekong over en volgen haar nu verder naar het zuiden. Niet lang nadat we de stad uit zijn houdt het asfalt op en rijden we op oranje zand- en kiezelwegen. We lunchen in het enige dorp waar we doorkomen en dan is het nog een klein stuk richting een veerboot. Maar de veerboot, die in vervallen staat lijkt, is niet voor fietsers. Fietsers gaan met een apart houten bootje.

4000 Islands: ‘Si Phan Don

We zijn nu in het gebied van Laos aangekomen dat ook wel de ‘4000 eilanden’ wordt genoemd. De Mekong stroomt door het gebied en de helft van de eilandjes komt onder water te staan bij een hoge waterstand. Vele zijn klein en onbewoond en op andere rijden er bijvoorbeeld geen auto’s. Bij een hostel op het eerste eiland ontmoeten we een groep fietsers uit Singapore en Maleisië. Ze zijn op rondreis door Laos en Cambodia. Eén van hen, Amy, nodigt ons uit wanneer we Maleisië zullen bereiken.

De dag nadien steken we over naar verschillende eilandjes, waaronder Don Som en Don Det. Op Don Som komen we 2 fietsers uit Turkije tegen aan het water waar ze hebben gekampeerd. We hebben al een tijdje contact via Instagram en spreken af later iets te gaan drinken. Ook zij gaan naar Cambodja en Thailand.

Op het eiland Don Det rijden we alleen maar langs pensions en restaurants. Het toerisme is hier duidelijk aanwezig i.t.t. andere eilandjes. We besluiten aan de minder toeristische kant van het eiland een paar dagen in een hutje te blijven om wat in de omgeving te kunnen fietsen. Tot onze grote verbazing blijkt er buiten het dorpje op het eiland zo goed als niemand te bekennen.

Terug naar het vasteland en de laatste dag in Laos!

Audrey rijdt bijna over een slang heen voordat ze het eiland verlaat en als we aanmeren schreeuwt een speenvarken de hele boel bij elkaar terwijl het in een andere boot wordt gelegd. Er gebeurt zoveel in het dorpje waar we aankomen, dat we niet weten waar we moeten kijken. Een man heeft een groot reptiel aan een lijn hangen, alsof hij een hond uitlaat…

De laatste avond in Laos bezoeken we de ‘Khonephapheng Falls’. Wat de natuur op deze plek creëert valt amper te bevatten. Op 2 Laotianen na zijn we de enige bezoekers. Het zou de breedste waterval ter wereld zijn met een breedte van 10 km (!) in dit gedeelte van de Mekong. Het is ook de reden waarom boten niet vanuit de Mekong Delta helemaal tot in China (de oorsprong van de Mekong) kunnen varen.

Terwijl we naar het denderende water staan te luisteren, legt de zon een gouden gloed over het landschap heen. We bewonderen de vissers die, terwijl ze op de rotsen balanceren, vis proberen te vangen en zelfs in het water springen om hun netten eruit te halen. Met het gelach van de kinderen, spelend in het water, realiseren we ons weer hoe belangrijk de ‘Mighty Mekong’ is voor de lokale bevolking.

Het was niet altijd gemakkelijk, maar Laos intrigeerde ons van het begin tot het einde

Vriendelijke mensen, de uitbundigste kinderen (ter wereld?!), ongelofelijke landschappen (het Noorden zo anders dan het Zuiden) en de mogelijkheid om elke dag opnieuw te ervaren en te leren over het lokale leven. Van vrouwen die weven om hun families te onderhouden, de vrij recente oorlogsgeschiedenis en de niet-ontplofte bommen, tot bruiloften, het eten van rijst onderweg en onbekende dingen in vele huiskamers, en marktjes met rattenvlees te koop naast de groenten.

Op sommige dagen was het moeilijk om te fietsen, waren de wegen slecht en de bergen steil, was de lucht wazig en vervuild en we werden beiden ziek. We fietsten in totaal 1860 km door Laos met 18665 hoogtemeters. Wat we zeker niet zullen vergeten zijn de vrolijke kinderen, die bijna allemaal ‘Sabaidee’, ‘Hello’, ‘Thank you’, ‘I’m sorry’ of ‘Good morning’ roepen. Het is moeilijk in woorden uit te leggen. Laos was onvoorstelbaar en heeft op veel vlakken onze ogen geopend!

Sfeerimpressie

Comments (2)

  • Carola 5 oktober 2023 at 21:31 Reply

    Lieve Audrey en Eloy, het is toch prachtig om jullie bijzondere verhalen te lezen. ik geniet mee, maar lees ook niet altijd ongevaarlijk. wees voorzichtig op jullie reis. liefs mam

    • Lenie Molkenboer-Barnhoorn 6 oktober 2023 at 14:54 Reply

      Wat een avontuur zeg , Echt niet normaal . Wat heb ik een respect voor jullie. En dan ook nog ziek zijn en toch positief blijven . Prachtig verhaal en foto’s. Dit is echt een relatietest hoor en zo mooi hoe jullie alles samen beleven. Ik kijk weer uit naar het volgende verhaal/ foto’s . I,wens Julie nog heel veel veilige fietskilometers toe , Liefs Lenie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.