Oezbekistan: land van de gouden lach en de selfies!

Oezbekistan: land van de gouden lach en de selfies!

Het land van toeterende auto’s, selfies, gouden tanden, katoenbollen, koeien in de berm en zwaaiende mensen. Oezbekistan verbaast ons. We delen de wegen met overvol geladen Chevrolet busjes en andere voertuigen, de meest wonderlijke constructies. Het land waar we merken dat een douche in je huis hebben nog een zeldzaamheid is. Het land waar we boven primitieve hurk “wc’s” hangen met (als we geluk hebben) rollen schuurpapier. Het land dat houdt van buitenlandse gasten. En selfies! Met honderden vreemden gaan we op de foto: langs de snelweg, bij tankstations, restaurants, al wandelend door de stad, filmend vanuit auto’s, stiekem filmend, meestal hartelijk vragend, soms in ruil voor noten, cola, water, fruit of een Barbie spiegeltje. Dagelijks is er ook iemand die een baby in onze armen legt voor een foto. We krijgen brood en appels vanuit auto’s aangereikt en een Oezbeeks vlaggetje vanuit een rijdende vrachtwagen. Politiemannen controleren onze paspoorten, maar gebruiken dit eigenlijk als een smoes voor een selfie. Engels is nog zééér schaars verspreid en meestal worden we begroet met de vraag “Ruski?” “No Ruski, Niderlandya.” “Aaah, Robin van Persie!!” En zodra de zon ondergaat, de luchtvochtigheid stijgt en gezinnen beginnen te koken, hangt er een rokerige benauwde waas over Oezbekistan.

Bouwpakket

We landen op het vliegveld van Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan. Het is 4u in de ochtend en het is buiten nog donker. Onze fietsen zijn gereduceerd tot een bouwpakket en wij zijn kaput. We vinden een afgelegen plek op de luchthaven om de fietsen in elkaar te zetten, maar blijken onze rommel voor de pauzeplek van de douane te hebben uitgestald. Het duurt geen 5 minuten voordat de eerste nieuwsgierige medewerkers een praatje komen maken. De fietsen in elkaar zetten gaat langzamer dan gedacht. We zijn meer dan 3u bezig en één douanier, Abdurahim, helpt ons 2u lang. Bij elk schroefje dat Audrey wil vastdraaien zegt hij: “I will do this“. Plotseling zegt hij: “Women in our country don’t do this, they take care of the children” als ik de band om het wiel probeer te leggen. Audrey weet niet goed wat ze moet antwoorden, maar een antwoord lijkt hij ook niet te verwachten. Steeds meer douaniers komen opdagen en een kijkje nemen, de één wil Engels oefenen, de ander wil gewoon weten wat we aan het doen zijn. Een breedlachse Tadjiek met gouden tanden komt ook een kijkje nemen en steekt zijn duim op. De gouden lach is een welbekend fenomeen in Oezbekistan. 6u later zijn we nog steeds op het vliegveld… de douaniers willen nog wat Engels oefenen en ze dringen erop aan dat we het nationale gerecht ‘plov’ met hen eten. Het is een soort pilav met groente en schapenvlees en het smaakt goed, een stevig ontbijt 😉 Voordat we vertrekken krijgen we 2 gigantische borden van elk 2 kg (!) aangeboden als souvenir. Op deze borden eten ze het nationale gerecht. We kijken elkaar verbaasd aan. Voordat we het vliegtuig namen hebben we onze zenuwen bijna verloren om het gewicht van de bagage en de fietsen te reduceren. De borden weigeren kan niet, dus nu hebben we er weer 4 mooie kilo’s bij 🙂

Als laatste willen ze nog een gezamenlijke foto, maar gezien hun officiële rol mogen ze dat eigenlijk niet. Ook mag je als reiziger geen foto’s maken van overheidsgebouwen of beveiligers. Dus ze trekken gauw gele veiligheidshesjes aan om hun logo’s te verbergen en een hele rits foto’s wordt genomen.

Tasjkent

Later op de avond ontmoeten we douanier Abror van het vliegveld weer. Hij nodigt ons uit om te gaan eten in een typisch Oezbeekse eetgelegenheid en daarna leidt hij ons door Tasjkent. We genieten van de koelere temperatuur, want dat is alweer even geleden sinds Turkije, Iran en de Arabische Emiraten. Ook neemt hij ons mee naar een monument waar in de USSR tijd 3000 wetenschappers en dichters werden vermoord. Vlakbij het indrukwekkende monument op deze nu vredige plek ligt de ‘witch’-brug. Deze verwijst naar het bloedige water van de wreedheden die hier in het verleden hebben plaatsgevonden.

In Tasjkent wijzigen we onze plannen en besluiten de befaamde Pamir Highway niet meer te fietsen. Ons visum voor Tadjikistan is afgewezen (110 euro door de gootsteen) en de grens tussen Tadjikistan en Kirgizië wordt al een tijd geteisterd door een grensconflict. Een dag later lezen we in het nieuws dat er schoten tussen de grenswachters zijn gelost met slachtoffers als gevolg. Beide landen delen een 1000 kilometer lange grens waarvan meer dan een derde nog steeds niet duidelijk is afgebakend sinds de val van de USSR. Hoewel de Pamir Highway een van de highlights van onze reis zou zijn, is het nu niet haalbaar om de stukken die wel toegankelijk zijn in alle haast te doorkruisen. In plaats daarvan zullen we naar het noorden van Kirgizië rijden en dan richting Kazachstan fietsen.

Selfies en meer

Vanuit Tasjkent zijn er niet veel wegen die aangenaam te fietsen zijn. Het is dus erg druk en alle Chevrolets (95% van de auto’s en busjes) hebben hun dak volgeladen met tientallen tapijten of andere spullen. Er lijkt een heuse volksverhuizing gaande en we worstelen de stad uit. Net als in Turkije en Iran worden we continu aangemoedigd door toeterende of roepende voorbijgangers. Echter dit keer stoppen er zoveel bestuurders om een selfie te maken. In ruil krijgen we ijsjes, brood, appels en liters aan cola. Wat de mensen met de foto’s gaan doen is ons een raadsel en soms hoeven ze de foto zelf niet eens, maar vragen ze aan ons om er één te maken met hen. Als we denken even wat privacy te hebben gevonden onder een verlaten hutje bij een tankstation, komen er toch alweer snel mensen op ons af. De één brengt water, de ander vraagt of we met hem gaan lunchen, terwijl we onze eigen boterhammen aan het opeten zijn. We proberen uit te leggen dat we zelf eten hebben. Dat ziet hij, maar toch blijft hij aandringen en stelt een plek voor op onze route, waar hij dus speciaal voor omrijdt… Zo geschiedde dus een tweede lunch met het nationale gerecht ‘plov’, flessen cola en een fotosessie.

En blijkbaar brengt het geluk om een baby in de armen van een wildvreemde fietser te leggen, nog een reden om in Oezbekistan de auto te stoppen langs de kant van de weg. “We love foreigners and it brings good luck“, zegt een Engelslerares als ze haar baby aan ons beiden geeft.

Oezbekistan was in onze gedachten een vlakke woestijn, maar er blijkt een bergpas van meer dan 2000m op onze route naar Kirgizië te liggen. De berg is uitgestrekt en de klim omhoog duurt ongeveer 20 km.. Na de eerste 5 km merken we dat onze benen de berg vandaag niet meer op kunnen fietsen. Bij wat op de kaart een restaurant zou zijn, staat nu nog een verlaten gebouw. In de buurt zijn een aantal mensen aan het werk. Ze geven aan dat het restaurant niet meer bestaat maar we kunnen wel buiten slapen zeggen ze. Dan komt een andere man erbij staan en hij probeert met handgebaren duidelijk te maken dat we bij hem thuis kunnen slapen. We hebben geen huizen gezien maar vlak naast de weg blijkt een kiezelpad naar beneden te lopen. Daar staat zijn vrouw in de tuin al breed te glimlachen. Ze spreken beiden geen woord Engels en uit het Oezbeeks kunnen we echt niets herleiden. Het blijft dus bij Google Translate, handgebaren en eten.

In Oezbekistan, en misschien wel in heel Centraal Azië, blijkt eten en thee drinken namelijk een belangrijke verbindende factor te zijn. Gasten worden welkom geheten door eten op tafel te zetten. Zoals eerder is gebleken is het bijna onmogelijk een maaltijd af te slaan. En als je dan aan tafel zit wordt deze meestal bomvol gezet met van alles door elkaar (koekjes, fruit, hartig en zoet). Misschien was het jullie al opgevallen dat de tafels meestal te veel bevatten om op te eten. In het midden staat dan vaak een gemeenschappelijk bord, waar letterlijk samen van wordt gegeten. En na het eten krijg je de restjes mee en wordt er door iedereen een dankgebaar gemaakt. Dit deel van de cultuur blijft elke keer weer een bijzondere ervaring.

Als we de volgende dag vertrekken gaan we verder met klimmen. Om half 9 ‘s ochtends is het al behoorlijk heet. We worden ingehaald door een kudde schapen die de berg over worden gebracht en elke 500m stoppen we even. Na een dikke 4u, een aantal haarspeldbochten en 2 tunnels met paspoortcontrole hebben we de top bereikt. De afdaling gaat als een speer en we gaan zo hard dat we zelfs de vrachtwagens moeten inhalen die hun remmen sparen. Een vrachtwagenchauffeur steekt al rijdend zijn arm uit het raam om een Oezbeeks vlaggetje te geven. Die ontbreekt immers nog op de fiets en dat had hij snel gezien, want trots zijn ze hier wel op Oezbekistan.

Als de avond valt rijden we een gehucht binnen op zoek naar een plek voor onze tent. We proberen met handgebaren navraag te doen bij enkele bewoners. Er zou een stadion in de buurt liggen waar we de tent kunnen opzetten. Omdat het gesprek lastig te volgen blijft en we opvallen, komen er steeds meer mensen kijken. Zo ook een familie waarvan 2 jonge vrouwen Engels spreken. Het gesprek begint van vooraf aan. Hun eerste vraag: “Wat doen jullie in hemelsnaam hier in dit gehucht in Oezbekistan?!” Na wat uitleg en gelach stapt de grootmoeder naar voren en vraagt of we hun gasten willen zijn en bij hun binnen blijven slapen. Direct wordt een tafel opgedekt, met het beste servies dat ze in huis hebben, en het ene fruit na het andere wordt klaargezet. Alles uit eigen tuin. We voelen ons enigszins ongemakkelijk, want we lijken als een koningspaar behandeld te worden. De hele buurt komt binnen druppelen om een kijkje te nemen en jawel, iedereen brengt nog wat te eten mee. De grootmoeder van de familie prevelt een gebed en wensen voor een goede reis.

Na het ontbijt staan we op het punt om op tijd (voor de hitte) te vertrekken, maar het nieuws dat er Engelssprekende mensen zijn verspreid zich snel en een jongen uit een nabijgelegen dorp wil graag langskomen om zijn Engels te oefenen. Hij heeft namelijk een Engels examen binnenkort om in het buitenland te kunnen studeren. We wachten tot hij komt aanlopen en vertellen over onze reis. Hij kan zijn geluk niet op, nodigt ons bij hem thuis uit, en vind het jammer dat we dan toch moeten gaan. Eenmaal vertrokken komen we moeizaam vooruit. Niet per se door de hitte of steile wegen, maar door de paparazzi. Het is een grote toeter stoet op de weg. Op de landelijke wegen toetert letterlijk elke auto en om de paar minuten stopt er één langs de kant voor een foto. Het begint op een begeven moment zelfs teveel te worden, we komen niet vooruit en raken overprikkeld. Het sterrenleven is niet aan ons besteed. Het feit dat de Oezbeekse wegen niet van goede kwaliteit zijn en er overal putten zitten, maakt het ook een zware fietsdag waarop we de 6000ste kilometer fietsen!

Als we tegen het einde van de dag aanlopen, maar ons nog ver van enige voorzieningen bevinden, vragen we in ons beste gebarentaal aan een enthousiaste voorbijganger of hij een slaapplek in de buurt weet. Er komen steeds meer mensen kijken en ook stopt er een auto met daarin een hele familie. Iedereen wil iets zeggen, maar wij begrijpen er geen woord van. De oma uit de auto gebaart mee te gaan naar hun huis, de man op straat zegt dat hij eten heeft thuis, een andere man geeft aan dat hij Engels spreekt. We besluiten de familie met de oma te volgen. Aangekomen bij het huis worden we weer ontvangen met thee en koekjes en zonder Engels leren we de hele familie kennen en zij de onze met behulp van een fotoboekje. We zijn in een zeer landelijk gebied en het is duidelijk dat het gezin het niet erg breed heeft. Een buurman komt plots aanlopen. Hij probeert Engels te leren en helpt bij het vertalen.

We vragen of we een beetje water mogen om ons te wassen, maar dan wordt er druk in het Oezbeeks overlegd en gebeld. Het is duidelijk dat hier geen douche of badkamer is, maar een emmer water was voor ons voldoende, alleen nemen zij daar geen genoegen mee. Uiteindelijk vragen ze ons om een handdoek mee te nemen en in de auto te stappen. We rijden 2 dorpen terug naar de zus van de man. Zij hebben een doucheruimte. Geloof je het nog?

We kijken met de grootmoeder Oezbeekse televisie en eten dan Osh. Het lijkt op plov, maar dan anders. Als Audrey even later in het donker naar de wc moet, loopt een vrouw met een lampje op haar telefoon mee. Achter het huis in het weiland doet ze het licht uit. Audrey is verward maar beseft dan dat ze daar haar behoefte moet doen. Ach, een gat in de grond is bijna hetzelfde. Eenmaal terug worden nog wat foto’s bekeken. Om 20.30 uur is het plots bedtijd en worden de tanden buiten gepoetst. Bizar om te denken dat we een paar weken terug in Iran pas om 23.30 uur gingen eten. We passen ons ritme terug aan en halen graag wat slaap in.

Het ontbijt van brood en mega suikerklonten komt van een goed hart, maar doet ons ook opnieuw beseffen hoe weinig ze hebben. De buurman die wat Engels sprak heeft ons gisterenavond verteld dat de man des huizes absoluut geen geld of iets anders wilde ontvangen van ons, dat zou een belediging zijn, dus we bedanken hen met een kaartje. De twee jongens van het gezin besluiten nog een eindje met ons mee te fietsen.

En zo begint de volgende fietsdag. We vallen misschien in herhaling, maar toch hebben we blijkbaar nog niet alles gezien in Oezbekistan. Als we een baby in onze handen hebben gehad van een gezin dat de auto langs de kant heeft gezet, trekt de man opeens zijn portemonnee tevoorschijn. “Here, money for lunch“. We proberen kost wat kost het geld terug te geven, maar het gezin stapt terug in de auto en rijdt weg. Een nieuwe dimensie van gastvrijheid…

In het nabijgelegen dorp staat een vrouw met zoontje langs de weg en vraagt ons naar binnen. Moe en uitgeput stemmen we toe, we gaan binnen maar de vrouw spreekt enkel Oezbeeks en heeft geen internet. Het is dus echt een raadspel vanavond en soms lijken we elkaar te begrijpen, maar vaak ook niet. Voor de rest lachen we erom en bekijken we de foto’s op elkaars telefoon. We wassen ons met een teiltje en gaan vroeg slapen. Morgen halen we hopelijk de grens met Kirgizië.

Later dan gehoopt komen we aan bij de grens, die alleen toegankelijk is voor voetgangers en fietsers. Voor de grens wisselen we nog snel even officieus het laatste Oezbeekse geld om bij één van de mannetjes langs de kant van de weg. Aan de Oezbeekse moeten alle tassen door de scanner (ook al gaan we het land uit) en houden we de boel op. Aan de Kirgische kant haalt de douanier ons plots uit de rij en worden we voorgetrokken voor een prio-behandeling. Geen bagage controle. Vanwaar dat onderscheid?

We hebben er zin in, maar zijn ook ietwat zenuwachtig. Beperktere voorzieningen, hogere bergen, de winter die om de hoek zal komen kijken. Vlak voor zonsondergang komen we aan bij een guesthouse. Eloy voelt zich voor het slapen gaan niet zo lekker. Is dit een voorbode? We gaan het meemaken hier in Kirgizië…

Comments (7)

  • Nicole 28 november 2022 at 17:15 Reply

    Hoi Eloy en Audrey, ik val in herhaling en heb wederom genoten van jullie avontuur. Wat een levenservaring en wijsheid doen jullie op. Jullie zijn zo ver weg en op deze manier toch weer iets dichterbij. Voor het thuisfront en jullie zal dit toch anders zijn. Fijn dat we op de dag van vandaag op zo veel manieren contact met een ander kunnen leggen. Geniet nog van jullie reis. Stay safe. Dikke knuffel.

    • Eloy Hoofs 28 november 2022 at 17:20 Reply

      Wat mooi om te horen, dankjewel 🙂

  • Lenie Molkenboer - Barnhoorn 29 november 2022 at 00:25 Reply

    Wat een indrukken doen jullie op zeg , fantastisch. Ben benieuwd of jullie nog wel Nederlands eten lusten naar al die verwennerijen. Hopelijk word Eloy niet ziek. Ik wens jullie nog veel fietsplezier en gezondheid toe . Lieve groetjes Lenie

    • Eloy Hoofs 1 december 2022 at 08:05 Reply

      Haha, nou af en toe Hollandse kost is ook fijn 🙂

    • Fleur 4 december 2022 at 20:24 Reply

      Weer een prachtig verslag! Xxxxxxxxxxxxxxx

  • Carola Hensels 29 november 2022 at 01:18 Reply

    Lieve Audrey en Eloy, wat een prachtige blog geschreven en weer zo uitgebreid. Het doet me wel wat zo ver van huis jullie mooie verhalen te lezen. Eerst de vliegreis, het inpakken van de fietsen en dan weer het in elkaar puzzelen van de fietsen. Wat een werk, je verleerd het niet. Hahaha . Wat zijn de mensen allemaal erg behulpzaam, geen woorden voor. Ook de gastvrijheid is weer enorm, mooie gebaren van de bevolking in de afgelegen gebieden. Ze hebben weinig zelf en geven royaal. Hartverwarmend. Wees voorzichtig en geniet van jullie prachtige reis. Dikke knuffel mam xx

  • Rosa Hoofs-van Hoofs - van der Sangen 30 november 2022 at 12:11 Reply

    Wat een verhaal en wat een tegenstelling met onze normen en waarden (veiligheid, vertrouwen en gastvrijheid).
    Een belangrijk leerproces van jullie reis is het oefenen van geduld ( geduld hebben en geduldig zijn).
    De foto’s laten zien dat ondanks dat niet altijd alles zo gaat als jullie zouden willen kalm en positief blijven en genieten van een avontuurlijke, spannende en romantische wereldreis.

    Veel liefs en dikke knuffels van pap en mam!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.