Noord-Noorwegen: schoonheid tussen de tunnels en onder regenbogen door

Noord-Noorwegen: schoonheid tussen de tunnels en onder regenbogen door

En dan rollen we Noorwegen in! Alhoewel dat rollen snel overgaat in stampen op de pedalen, want platte wegen zijn verleden tijd. Omhoog en omlaag wordt het nieuwe mantra. Een land dat zich uitstrekt over een lengte van Utrecht tot het zuiden van Spanje, met slechts 5 miljoen inwoners. Waar de geografie van het noorden ontzettend verschilt van het zuiden en mensen blijkbaar graag Mexicaanse taco’s eten, maar ook de Noorse zalm zeker niet mag ontbreken in het wekelijkse menu. Fiets je mee door de bijzondere (en enge) tunnels en onder briljante regenbogen door?

Arctisch en kaal landschap

Elke kilometer die we fietsen verdwijnen er een paar bomen uit het landschap. Struiken worden kleiner en lager en het groen maakt plaats voor kale rotsen en arctische toendra. De boomgrens ligt boven de poolcirkel op 300 meter, want de grond is simpelweg te koud met een gemiddelde temperatuur in juli van ongeveer 10 graden. Er zijn zelfs gebieden in het uiterste noorden waar tot op zeeniveau geen bomen kunnen groeien! In de Alpen daarentegen ligt de boomgrens tussen de 1800 en 2200 meter.

Daarnaast valt meteen het aantal campers en fietsers op de weg op. Het is een populaire route van en naar de Noordkaap en veel alternatieven zijn er niet. Ook komen we een aantal vrouwelijke fietssters tegen, alleen of in groep; opvallend meer dan in andere landen. We gaan omhoog en omlaag, worden met het grootste gemak ingehaald door veel campers en lichter bepakte fietsers, en de eerste poging een geschikte wildkampeerplek voor de nacht te vinden kost wat moeite. De grond is alles behalve recht, maar na wat zoeken vinden we een plek aan een idyllisch meer, waar dichte begroeiing ver te zoeken is in het rotsachtige en kale landschap. Audrey vindt het eigenlijk maar niks dat de plek zo kort bij de weg ligt en dat we totaal niet beschut staan, maar het is tijd om de tentharingen in de grond te steken. De zon staat immers al laag aan de hemel en een oranje-roze gloed begint zich op de wolken af te tekenen. De reflectie van de avondgloed in het meer nodigt uit om een duik te nemen, maar het water is ijzig koud,  alsof je met je voeten op een prikkend naaldenkussen loopt.

Dat hier zo weinig groeit verbaast ons niet meer als we merken hoe de haringen niet in de stenige grond te krijgen zijn. Gelukkig passeert er net een Duits koppel in een camper, die graag hun hamer even uitlenen. Tegelijkertijd komt een Duitse jonge vrouw aangefietst. Ze was op de Noordkaap en fietst nu naar het zuiden, terwijl wij onderweg zijn haar het noorden. De volgende ochtend klaagt Audrey vanwege een penetrante lucht die af en toe voorbij komt waaien wanneer ze probeert het ontbijt klaar te maken. Dan blijkt dat er een geweldig smakelijke drol onder Eloy’s schoen kleeft. Met een half afgebroken takje en ijskoud water is de schoonmaak een leuk karwei om de dag mee te beginnen…

Afstanden in perspectief

Aan het einde van de dag komen we aan op een kleine camping, waar de eigenaresse als eerste een vriendelijk praatje maakt. Er staan een paar tentjes en ondanks de druilerige dag met de laaghangende wolken is er een prachtig uitzicht over het Porsanger Fjord. Plots realiseren we ons dat dit een zee is met eb en vloed: de Barentszzee. Deze is vernoemd naar de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz, die eeuwen geleden op een eiland in de zee strandde. Met zicht op zee en nog zo’n 190 km te gaan voelt de Noordkaap nu plots heel dichtbij.

Een camping in Noorwegen kan prijzig zijn voor een fietser, zeker als je alleen op pad bent, maar soms in het nodig. Het comfort, de warmte, de douche, het gezelschap, een wasmachine. Af en toe komt er nog meer luxe aan te pas, zoals op deze camping een kleine vatsauna, maar ook een verwarmde gemeenschappelijke kamer met keuken en TV. Het voelt vreemd, maar als een weldadige luxe om ’s avonds even voor de TV in een comfortabele bank te zakken en naar de film ‘Titanic’ te kijken, omdat die toevallig op de buis is. De huiselijke en warme sfeer, zorgt ervoor dat we lang blijven plakken, maar uiteindelijk moeten we toch door de stortbui de koude tent in kruipen.

De eigenaresse biedt ons en nog 2 andere fietsers aan om gebruik te maken van de sauna (maar we zijn te moe en slaan gek genoeg af!) en als we de volgende dag nog een nacht extra willen boeken wuift ze het geld weg. Ook voor de was die we draaien hoeven we niks te betalen. “Ik hou van fietsers, en ik wil ze een hart onder de riem steken”, zegt ze. Bij vertrek rent ze snel een opberghok in en zegt ze dat we even moeten blijven wachten. Plots staat ze daar met een Noorse vlag en een Sami vlag in haar hand. “Jullie kunnen niet vertrekken zonder deze”, en met een glimlach op haar gezicht zwaait ze ons uit.

De Sami zijn een van oorsprong nomadisch volk dat in Lapland woont en een eigen parlement heeft. Dat betekent dat ze verspreid in Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland wonen en in elk van deze landen inspraak hebben omtrent hun volk en woongebied. Een deel van de Sami leeft van rendierkuddes. Hier en daar zien we heuse boerderijen waar hulp gevraagd wordt ter voorbereiding van de winter of waar men een excursie kan boeken.

Ik heb dit nog nooit gedaan, maar ik moest het doen!

De weersvoorspelling van vandaag en de komende dagen ziet er niet rooskleurig uit. Vanaf vanmiddag is er een ijzige wind op komst uit het Hoge Noorden en de hoeveelheid regen die eraan gaat komen is niet te onderschatten, maar misschien doen we dat toch. Met goede moed verlaten we de camping en we kijken direct onze ogen uit. De steile rotswanden aan de linkerkant, met hier en daar een stroom water die naar beneden klettert, en aan de rechterkant de wilde zee. Klokslag 12 uur begint het te druppelen, en in sneltreintempo springen we in de regenoutfit.

Na 3 uur en 35 kilometer door de stromende regen komen we aan bij een mini-buurtsuper. De eerste (en laatste) winkel van de dag. Audrey voelt ondertussen de natte kleren tegen haar lijf plakken, de beste regenkleding kan dit weer niet aan. We parkeren de fiets in de hal bij de voordeur en lopen naar binnen, de vloer verandert in no-time in een modderige natte kliederboel. Een beetje beschaamd vragen we of we onze lunch in de winkel mogen opeten, er is namelijk een hoekje met tafel en stoelen om koffie te drinken en zo kunnen we proberen een beetje op te drogen. Ondertussen bekijken we de weersvoorspellingen opnieuw en opnieuw: deze storm houdt nog zeker 24 uur aan. Het is vreemd hoe we reageren. Eerst maar eens eten, energie bijtanken helpt om helderder te kunnen denken. De ene na de andere krentenbol verdwijnt. We checken het weer nog een keer, niks verandert aan die voorspelling… “Ik weet niet wat we moeten doen, we kunnen hier niet blijven“, zegt Audrey tegen Eloy. We bestellen nog maar een koffie om op te warmen en ons hoofd in het zand te steken misschien.

Plots vraagt de kassamedewerker waar we naartoe gaan. Als hij ons verbaasd ziet kijken, geeft hij aan dat een klant van hem ons iets wil vragen. De man rekent af en loopt dan op ons af: “Willen jullie in mijn schuur slapen?” Die zagen we niet aankomen! “Hebben jullie het weer bekeken?, vraagt hij en we knikken. “Ik ben in deze streek opgegroeid, ik weet hoe enorm slecht het kan zijn. Je kunt niet lang buiten blijven onder deze omstandigheden en in deze winkel slapen is ook geen optie“. Hij woont 3 km verderop.

Audrey kijkt verbaasd, twijfelend en hoopvol tegelijk naar Eloy. Eigenlijk moeten we verder fietsen, want we zitten met een tijdsschema. We weten niet wie deze persoon is, maar we kunnen ook niet verder in dit weer. We vallen in de hoop en verbazing en volgen hem 3 kilometer achter zijn auto. Audrey’s longen trekken de rotvaart door de heuvels bijna niet, dus Eloy rijdt al een stuk vooruit. Dan een zandpad af en daar zien we de typische rode Noorse schuur. De man, Arnulf genaamd, heeft in de schuur een heuse mancave gemaakt met barbecue, pooltafel en wat meubilair. We kunnen hier slapen en hij haalt direct nog een gaskachel tevoorschijn, die hij begint aan te sluiten om de boel wat te verwarmen.

Arnulf is fervent voetballiefhebber, brandweerman op het vliegveld en heeft hier bijna z’n hele leven gewoond. Hij woont in zijn ouderlijk huis en vraagt of we mee willen eten. Binnen ontmoeten we zijn Thaise vriendin en vertellen we elkaar verhalen. Op de keukentafel staat een enorme schaal blauwe bessen die ze twee dagen lang hebben geplukt. Hij gaat er sap van maken, net zoals hij vroeger als kind deed met zijn ouders. Een enorme ketel met slang komt tevoorschijn en hij laat ons trots het proces zien. Vervolgens opent hij de diepvries die tot onze grote verbazing vol ligt met 25 kilo (!) zalm. Hij pakt 5 grote stukken eruit, “Dat moet genoeg zijn!. Een bevriende visser had 50 kilo gevangen die ze samen hebben gerookt, dus hij heeft de helft gekregen. Zijn koelkast ligt vol met forel, makreel, sardientjes, en andere vissoorten. We kunnen onze ogen niet geloven en hebben nog nooit zoveel verse zalm gezien en gegeten. We zijn voldaan en danken Arnulf nogmaals voor de gastvrijheid. Terwijl we aan de koffie zitten vraagt Audrey: “Waarom heb je ons, als vreemden, eigenlijk meegenomen naar je huis?” Hij antwoordt: “Ik weet het niet. Ik heb dit nog nooit gedaan, maar ik moest het doen!”

Wanneer we onze slaapzak in kruipen horen we de stormachtige wind door de spleten van de schuur razen, maar zijn al snel afgeleid door de muis die we voorbij zien rennen, want die is natuurlijk ook liever binnen dan buiten nu. Eloy, de (letterlijke) held op sokken maakt alle tassen snel dicht, maar we kunnen hem geen ongelijk geven als blijkt dat het brood al lekker gesmaakt heeft. We knipperen nog eens met onze ogen: Arnulf ging naar de winkel en kwam thuis met 2 doorweekte fietsers!

Heksenweer en spoedcursus tunnels doorfietsen

Vandaag is het beter, het regent nog steeds af en toe maar tussendoor schijnt de zon. We tellen zeker 8 regenbogen. ‘Heksenweer’ zou Eloy’s moeder zeggen. Verder dienen de eerste tunnels zich aan en het is enorm wennen om bergop door een tunnel te fietsen. Het gaat langzaam, er is weinig licht en het geluid is oorverdovend, maar het is alvast een goede oefening voor de beruchte Noordkaaptunnel, waarover later meer.

Noorwegen heeft maar liefst 900 tunnels, de langste een bescheiden 24,5 km! Gelukkig hoeven we daar niet doorheen. Sommige tunnels zijn verboden voor fietsers, dan loopt er vaak een steil pad langs de tunnel omhoog, soms is er een fietspad, en vaak is er niks en fiets je op de weg of de glibberige stoep. Af en toe vinden we een knop voor fietsers bij de ingang. Automobilisten worden zo gewaarschuwd dat er fietsers in de tunnel zijn. Handig, als ze het ten minste doen, wat vaker niet dan wel het geval is.

We passeren een verkeersbord met een wind-waarschuwing erop: 0,2 – 73 km. We lachen erom, over 200 meter tot 73 km?! PRECIES die 200 meter verderop, worden we bijna van de fiets geblazen, we gieren het uit als een boer met kiespijn, en tranen in onze ooghoeken. No way!

We zetten de tent op in een overdekt picknickhuisje, gezien de harde wind. Een paar rendieren komen even buurten. Het is een prachtige plek, maar naarmate de avond en nacht vordert nemen de windstoten toe. De fietsen, die weliswaar in het huisje staan, vallen door een enorme nachtelijke windvlaag op de tent. Audrey zit geklemd en Eloy rent in boxershort (dit keer zonder sokken) naar buiten om ze eraf te trekken. Als hij zich daarna omdraait en naar het grasveld kijkt, ziet hij een kudde kleine, prachtige rendiertjes en hun moeder. Ze aanschouwen het tafereel en denken er vast en zeker het hunne van. Rare fietsers in ondergoed…

Je angsten zijn je grootste geschenk

Audrey is bang voor dé tunnel. Niet voor de eerste 5 van vandaag, maar vooral voor de laatste: de Noordkaaptunnel. Dat is de tunnel die het vasteland met het eiland Magerøya verbindt, het noordelijkste deel van Noorwegen. Het regent alweer een tijdlang en het is vrij koud, dus voor de ingang van de tunnel stoppen we om wat extra kleding en handschoenen aan te trekken. De tunnel is 6,8 kilometer lang en gaat maar liefst 212 meter diep onder de zeespiegel, een beklemmende gedachte. Eerst 3,4 kilometer steil naar beneden, om daar als een ijsblokje aan te komen. Dan 100 meter rechtdoor en vervolgens een plakkerige, zweterige of toch natte 3,4 kilometer omhoog met een gemiddelde stijging van 9%. Er is geen fietspad en elke keer als er een voertuig passeert, klinkt het alsof er een vliegtuig aankomt, waarvan we niet zien en horen of het ons van voren of van achteren nadert, tot het laatste moment. De luchtkwaliteit is niet fantastisch, zoals in de meeste tunnels. Maar dat valt ons mee. Ook de drukte valt te overzien, zodat we af en toe toch zigzaggend de steile helling op kunnen fietsen om niet al hyperventilerend boven te komen. Audrey blijft in gedachten tegen zichzelf herhalen: rechtdoor, elke meter is er één, je kunt dit wél. De bordjes op de wand vertellen ons hoeveel meter het nog is, voor er licht aan het einde van de tunnel komt. Wanneer je angsten je leren te vertrouwen.

Zodra we op het eiland zijn is de wind sterker en letterlijk mind blowing. We worden van de weg geblazen en besluiten bij het toilethokje na de tunnel beschutting te zoeken en wat te eten en te drinken. Ook Stefan, een Duitse fietser, blijkt zich op het toilet terug te hebben getrokken om even van de tunnel en wind te bekomen. Hij deelt zijn chocolade uit, wij een oploscappuccino met koekjes. Hij heeft geen mok bij zich, maar wij hebben er één extra. “That shows a lot about you, that you have a guestmug”, zegt Stefan grappend en is dolblij met de warme drank. 

Na een tijdje besluiten we verder te gaan en kruipen we tot we ergens een plek vinden om beschut de tent op te zetten. Vlak naast de weg, in een kuil, of beter gezegd in een drainageput, zien we een tentje staan met een fiets ernaast. Het blijkt de Duitser Daniel te zijn, die we eerder al bij de supermarkt zagen.

We zetten de tent op en koken snel een potje. Het blijkt namelijk al vrij laat te zijn en morgen belooft (nog) een lange en zware dag te worden. Door de lengte van de dagen in het Hoge Noorden (de zon verdwijnt ‘s nachts maar heel even achter de horizon en echt donker wordt het niet), raakt de natuurlijke biologische klok wel eens zijn wijzers kwijt… Hoewel de tent op een beschutte plek staat, blijft ze de hele nacht heen en weer wapperen en de regen klettert oorverdovend hard op het tentdoek. Eloy kijkt verschrikt bij elke windstoot naar Audrey en vraagt of ze alle haringen wel goed genoeg vast heeft gemaakt. De tent blijft staan en alles blijft droog. Dat het hondenweer was blijkt als we ‘s ochtends een vers hoopje poep en een vreemde lekkernij (bot!) onder het voorste stuk van de tent vinden. Een vos bleek blij te zijn met dit gedeelde onderkomen.

De tent: It’s alive…

Noordkaap: Eén van de zwaarste ritten van de hele reis!

De volgende dag begint vrij zonnig en de wind is gaan liggen. Het klimmen richting de Noordkaap is uitdagend met de bepakte fietsen, maar inmiddels weten we dat langzaam ook lukt. Dan, plots, verandert het weer in enkele minuten! De wind steekt op, de wolken rollen binnen en de ijzige regen slaat als naalden in ons gezicht. Behalve een witte waas, zien we niks meer. Zodra we verder dan 50 meter uit elkaar fietsen verliezen we elkaar uit het oog. Elke keer als er een auto of camper voorbij rijdt, wordt Audrey van de weg geblazen door de verandering van de wind. Eén kilometer voor de Noordkaap roept ze dat ze wil omdraaien. Door de wind kan ze niet meer fietsen en moet ze de fiets bergop duwen. Alles is nat, koud en ondanks twee paar handschoenen voelt ze haar vingers niet meer.

Maar dan ziet ze de toegang in de wolken verschijnen. Een vrouw aan de poort zwaait dat fietsers gewoon door mogen rijden, zonder te betalen. Noorwegen blijkt solidair met fietsers en voetgangers, wat later ook zal blijken bij de vele veerboten tussen de eilanden. Audrey haast zich om de fiets pontificaal bij het Tesla-oplaadstation te parkeren om zich een paar minuten te verstoppen in het nabijgelegen toiletgebouw, om tot bezinning te komen én haar vingers te ontdooien.

Verschillende perspectieven

We fietsen nog een paar meter verder naar het hoofdgebouw, parkeren de druipende fiets naast een andere fiets in de gang, en zien dan een schim van de beroemde wereldbol. Mentaal en fysiek zijn we echter niet in staat om direct bij de bol te gaan kijken. We zien fietser Daniel, die vanachter het raam naar buiten zit te staren. Hij belt met familie en brouwt op z’n gastoestel een warme koffie. Ook Zoltan, een Hongaarse fietser is er. En later komt de Duitse Stefan, die we vlak na de Noordkaaptunnel tegenkwamen, binnen gedropen. We vieren dit moment samen, delen deze ervaring, maar genieten ook afzonderlijk. Ieder met zijn eigen redenen en vanuit zijn eigen perspectief kijkend naar die wereldbol. Voor sommigen is dit het einddoel, voor anderen nog niet.

De lucht klaart langzaam maar zeker op, de regen stopt en onze uiteindes komen weer tot leven. Twee uur lang zitten we naar buiten te kijken en lopen we rond in het bezoekerscentrum, waar van alles te zien en lezen valt over Noorwegen en de Noordkaap. Vanwege de boot die we voor de volgende ochtend hebben geboekt, fietsen we dezelfde dag weer terug naar het dorp Honningsvåg. Het voelt alsof we op een andere planeet fietsen, vergeleken met de ervaring eerder op de dag. Hoewel dezelfde route, zijn de laaghangende wolken verdwenen, en kleuren regenbogen en de laatste zonnestralen een laagje goud over het eerder verborgen maanlandschap. Een verhaal over verschillende perspectieven en een herinnering om je nooit te beperken tot één standpunt.

Rond middernacht komen we aan in het kleine plaatsje Honningsvåg, maar het lukt ons niet om een plek te vinden om te kamperen. Het enige hostel is gesloten en we rijden rond op zoek naar een plekje. Bij wildkamperen in Noorwegen moet er een afstand zijn van minimaal 150 meter tot het dichtstbijzijnde huis. Om 2 uur ‘s nachts kruipen we uiteindelijk stilletjes in onze tent tussen de rotsen in de haven van Honningsvåg, op twijfelachtige afstand tot de huizen. Vermoeid, blij, opgelucht. We voelen alles, maar tegelijkertijd ook niet meer. We werken snel een boterham met kaas als uitgesteld avondeten naar binnen en rekenen uit dat we nog 2,5 uur kunnen slapen, om de boot te halen om 6 uur ‘s ochtends…

Highway No. 1

Het is al behoorlijk licht als we om 4.30 uur de tent stilletjes inpakken. Duizenden meeuwen zitten op de heuvel boven het dorp. Met een half oog open fietsen we naar de kade, maar er is nog geen boot te zien. De Hurtigruten of Kust Express, zoals de postboten genoemd worden, maken een tocht die internationaal wordt gezien als één van ‘s werelds mooiste zeereizen. Na een kwartier komt hij aanvaren en het schip is op z’n minst gigantisch te noemen. Er kunnen auto’s op en pallets met allerlei goederen worden erin geladen.

Al meer dan 130 jaar zijn de schepen van groot belang voor de 34 gemeenschappen en steden langs de verweerde, ruige en voorheen moeilijk bereikbare westkust van Noorwegen. Vroeger stond de vaarroute met een afstand van 2700 km, dan ook bekend als de National Highway No. 1. Vandaag de dag vervoeren de schepen nog steeds dagelijks personen en vracht op en neer langs de kust. De hele tocht van Bergen in het zuiden naar Kirkenes bij de Russische grens duurt 6 dagen.

Wij brengen 10 uur door op het schip, eerst varen we naar Havøysund en Hammerfest, om later uit te stappen in Øksfjord. Op deze manier vermijden we dezelfde weg door de Noordkaaptunnel terug te fietsen en ervaren we een stukje van de Noorse maritieme cultuur. We varen door de fjorden, met aan weerszijden steil uit de zee oprijzende bergen. Een paar keer roept Audrey naar Eloy: ‘Kijk, nu, dáár!‘, als er een grote vin boven het wateroppervlak uitsteekt. Het langzaam voorbijgaan van het landschap lijkt op het reizen per fiets, maar er is ook luxe en de sfeer is anders want er zijn veel buitenlandse toeristen op de boot. Van twee andere Noorse fietsers die ook in Honningsvåg op de boot stapten hebben we begrepen dat je op de boot kunt douchen en dat er een sauna is, waar iedereen gebruik van mag maken! Een ander hoogtepunt is de wasmachine op het schip (ja echt!), want met de vochtige omstandigheden van de afgelopen dagen hoeven we niet uit te leggen hoe alles en wij ruiken na 6 dagen niet douchen… Dus frisser dan fris gewassen stappen we 10 uur later uit in het enigszins verlaten aanvoelende Øksfjord. Niemand lijkt met ons uit te stappen in het dorpje van om en nabij 500 inwoners.

Direct valt de rust op de weg op vergeleken met de route naar de Noordkaap. Als een voorbijrijdende fietser ons ziet staren naar de gigantische bergtoppen en gletsjers die ons nu omgeven, stopt hij en begint hij uitleg te geven over alle toppen die we zien. Nadat er 2 auto’s in 5 minuten voorbij zijn gekomen, zegt hij: “Oh, a lot of traffic today”. Dat geeft het contrast goed weer. We fietsen een klein stukje het dorpje uit en zetten de tent even verderop op met zicht op de eerste gletsjer van deze reis: Øksfjordjøkelen. Uitgeslapen na een paar korte nachten en lange dagen rijdt Eloy ‘s ochtends terug naar de supermarkt in Øksfjord en hij komt terug met chocoladebollen die hij van een vreemde heeft gekregen.

Een bijzondere overnachtingsplek

Onderweg naar Oksfjordhamn moeten we een aantal heuvels over. Het weer is druilerig en we zijn laat vertrokken, omdat de brander waarmee we ons ontbijt en avondeten koken het vanochtend begaf en we deze probeerden te repareren. Het kostte wat tijd, maar het is gelukt. De laatste heuvel fietsen we door en boven de wolken. De mist die over het landschap hangt, maakt het een mysterieuze rit. Op de top stopt een vrouw in een camperbusje. Ze wil graag een foto van ons nemen. Ze heeft vroeger ook veel gefietst, maar tegenwoordig reist ze met haar busje en fotocamera overal naartoe. Even later verdwijnen we diep in de wolken en in onze regenpakken en krijgen we van het landschap niet veel meer mee, totdat we in het dal aankomen.

In de haven van Oksfjordhamn staat een soort kota, een houten hut, maar er is verder niemand in de buurt om te vragen of we hier mogen overnachten. Wel is er een verlaten camperplaats met een toiletgebouw, waar je warm kunt douchen. Zalig! Ondertussen is het buiten niet meer gestopt met regenen, dus we zijn ontzettend blij met deze hut. Er hangt zelfs een warmtelamp in, zoals die ook boven pasgeboren kuikentjes hangt. De hele avond zien we in de wijde omtrek verder niemand. ‘s Ochtends stopt er een man met een grote auto. Even schiet het door ons hoofd, ‘we zijn betrapt’, maar de man stapt uit en vraagt of we de warmtelamp wel aan hebben gezet en of die genoeg warmte afgeeft. Als we later op de dag al een heel stuk gefietst zijn, zien we hem langsrijden en vrolijk toeteren en zwaaien. 

Eloy’s eerste platte achterband in de Noorse Alpen

En dan na 24.000 kilometer gebeurde wat Audrey niet meer voor mogelijk hield. Na een nacht kamperen tussen de bergen, die samen de Lyngen Alpen vormen, wordt Eloy wakker met een platte achterband. Eindelijk is daar de verpletterende stand van 7 – 1 (Audrey – Eloy). De omgeving kan deze vertraging wel gebruiken. Bergen met nog wat restjes sneeuw van de vorige winter, gletsjers en turquoise meren laten onze ogen eindeloos staren. Hier en daar lijken de rode houten huisjes willekeurig gedropt in het landschap. Sommigen met een houten hart ter decoratie, een stille herinnering aan de Covid-pandemie. Enkele korte veerboten, die overigens gratis zijn voor fietsers en voetgangers, brengen ons steeds dichter bij Tromsø.

Speculoos en zalm in Tromsø

Tromsø is met iets meer dan 75.000 inwoners de grootste stad van Noord-Noorwegen. De stad die 300 kilometer ten noorden van de poolcirkel ligt, ligt op dezelfde Noorderbreedte als Alaska en Siberië. Dat zorgt ervoor dat de winters hier ontzettend lang zijn. Van 21 november tot 21 januari is de zon hier niet te zien, want die komt op dat moment niet boven de horizon uit.

In Tromsø ontmoetten we de Belgische Bonnie en Franse Basile met hun 3 tieners. Bovenop een hoge heuvel ligt hun huis, met een prachtig uitzicht over de bergen, het water en de ondergaande zon. Samen ondernemen ze graag sportieve activiteiten. Hun laatste fietstocht met het hele gezin was in de VS en Bonnie vertrekt binnenkort voor een solofietstocht door Italië. We verblijven een aantal dagen bij hun in huis, bezoeken Tromsø, en kunnen onze binnentent wassen, die ondertussen begint de lijden onder het vochtige klimaat (schimmel!). Lang geleden kwamen Basile en Bonnie in Noorwegen studeren en ze zijn nadien nooit meer weggegaan.

We zijn onder de indruk van de Franse kookkunsten van Basile toegepast op de gigantische Noorse zalm. Hij werkt als scheepsingenieur in de zalmindustrie van Noorwegen en vertelt hoe het proces eraan toegaat. De zalmkwekerijen zijn talrijk in de fjorden. Wij maken appeltaart als dessert en ‘s ochtends wordt de favoriet van hun zonen boven tafel gehaald: de enige echte Belgische speculoospasta (de lezers uit België kunnen het weten!).

Hypermoderne Tesla’s door onvoorstelbaar oude bergen

Na Tromsø fietsen we via een hoge brug naar eiland Kvaløya. Basile heeft ons voorbereid dat het landschap bijzonder gaat zijn de komende dagen. Dat is een understatement! Onze mond valt regelmatig open van verbazing. Kristalhelder water dat eruit ziet alsof je op een tropische plek bent, omgeven door steile hellingen die rechtstreeks uit de zee rijzen. De vormen van de bergen zijn het resultaat van verschillende ijstijden, die dit alpiene en dramatische effect creëren.

Daarnaast valt het op dat er veel Tesla’s tussen deze Noorse giganten rondrijden. Later komen we erachter dat maar liefst 1 op de 5 auto’s in Noorwegen een Tesla is. Het elektrisch rijden blijkt fel gestimuleerd te worden, want het land wil tegen 2025 als eerste land ter wereld de verkoop van auto’s op fossiele brandstoffen verbieden. Ook enkele veerboten blijken al elektrisch te zijn.

Senja, een parel van het Noorden

Nadat de veerboot ons van Kvaløya naar Senja heeft gebracht, zetten we het tentje op in de haven. Er blijkt een vrij toegankelijke warme douche en toilet te zijn. Wanneer we de volgende ochtend uit de tent kruipen hangt er een dichte mist over de bergen. We zien amper een paar meter ver, maar horen de watervogels druk bezig zijn. Tegen de middag begint het op te klaren en maken we tijd voor een lunchpauze. Audrey sprokkelt framboosjes in de bosjes, terwijl we de vochtige tent opnieuw te drogen hangen in de zon. Voor ons lijkt het alsof het kaarsrechte gebergte als een sticker op ons netvlies wordt geprojecteerd. Zie de bovenste 2 foto’s hieronder.

Senja is dankzij het gebergte een eiland met veel tunnels en steilere hellingen, maar omdat we het rustig aan doen goed te doen. Af en toe komen we een andere fietser tegen, meestal uit de andere richting, die ons waarschuwt voor de volgende tunnel. Aan het einde van de dag vinden we een kampeerplekje bij een beetje griezelig trollenpark. Waarschijnlijk is het park een brand en de Covid crisis niet te boven gekomen en ligt het er nu verlaten bij.

En dan is het tijd om de Lapskaus boven te halen. Een typisch Noors (of Duits of Deens: de meningen zijn verdeeld) gerecht, dat we voor de eerste keer gaan proeven. Het werd vroeger vooral op zee gegeten door zeemannen, omdat het voldoende voedingsstoffen bevatte vanwege de mengeling van vlees, aardappel, ui, vet, wortel, selderij en kruiden. Eerlijk gezegd ziet het er niet appetijtelijk uit als het op je bord ligt, maar het is snel bereid, proeft als een soort snert en aan het einde van een fietsdag smaakt eigenlijk (bijna) alles.

De ene dag fiets je in de hemel, de andere dag door de stront💩

Van Senja steken we over naar het eiland Andøya. Een net al zo betoverend eiland, met o.a. het witte strand in Bleik en één van de bizarste wildkampeerplekken. Zelfs het openbare toilet dat we aantreffen is waarschijnlijk het meest bijzondere dat we tijdens de hele reis hebben gezien. En dat zijn er véél, soms letterlijk gevuld met stront. Spiegels reflecteren het landschap in het gebouw en als je eenmaal op de pot zit kun je van het uitzicht genieten door op een knopje te drukken! Of de mensen van buiten ook van jou op de pot kunnen genieten, misschien een beetje wel…

De zonsondergang is buitenaards. Met de bergen achter en de zee voor ons. Eloy loopt naar de vuurtoren en klimt via een trap naar boven. Hij vertelt dat hij geen camera bij zich had, maar het beeld voor altijd in z’n geheugen heeft opgeslagen. 

De volgende dag lukt het ons niet om een geschikte plek voor de tent te vinden. Het regent dat het giet, wordt donker en op het moment dat we denken een plek te hebben gevonden, worden we plotseling omringd door een zes behoorlijk boze koeien. Ze komen steeds een stapje dichterbij en er komt dampende stoom uit hun neuzen. We roepen naar elkaar, of naar de koeien in een poging om ze af te schrikken, maar dan vluchten we toch maar door de stront om in het donker op zoek te gaan naar een andere plek.

Een paar minuten later stoppen we bij een pas gemaaid veld en zetten in de regen de tent op achter de witte hooibalen. In het donker, hopelijk staan we dit keer niet in koeienstront. Uitgeput, nat en hongerig. Dit zijn momenten waarop je voelt dat je bovenkamer niet meer zo helder denkt, maar de aangeleerde routine van de tent opzetten en uitpakken helpt. En we weten dat we op deze momenten niets tegen elkaar moeten en hoeven te zeggen. We eten boterhammen en yoghurt uit een zak als avondeten als we in de warme slaapzak liggen, negerend dat alles nog drijfnat zal zijn als we het ‘s ochtends weer moeten aantrekken. Maar dat kunnen we niet veranderen.

‘s Ochtends druipt alles nog lekker maar gelukkig we hebben geen nachtbrakende koeien meer gezien. We fietsen vandaag eerst richting Stokmarknes, via een steile brug waar Audrey zich altijd mentaal op moet voorbereiden… Rechts van de brug regent het, terwijl links de zon schijnt. Het resultaat is talrijke regenbogen vandaag. Aangekomen in Stokmarknes worden onze ogen getrokken naar een enorme glazen constructie. Met daarin een schip, op pensioen, uit de Hurtigruten vloot: de MS Finnmarken uit 1956. 130 geleden werd in dit dorp het begin gelegd voor de wereldwijd bekende Hurtigruten of postboten langs de Noorse Westkust, vandaar dat er tegenwoordig een museum gevestigd is.

De Lofoten en ‘allemansrecht

Er rest één veerboot tussen Melbu en Fiskebøl om op de Lofoten te komen. De Lofoten is een bekende eilandengroep. Enerzijds bekend vanwege de visserijtraditie, die de lokale economie al eeuwenlang draaiende heeft weten te houden. Kabeljauw wordt hartje winter in een aantal maanden gevangen en vervolgens op houten rekken te drogen gehangen. Daarnaast zijn de Lofoten bekend vanwege het bijzondere landschap, waardoor het toerisme een enorme, en misschien wel te grote, vlucht heeft genomen.

We merken dat er naast de schoonheid ook veel wc-papier in de struiken ligt, de smalle wegen overvol zijn en er paden door de natuur ontstaan naast de officiële paden. Er wonen slechts 25.000 mensen op de Lofoten, maar meer dan een miljoen (!) mensen bezoeken de eilanden elk jaar, meestal geconcentreerd tijdens het erg korte zomerseizoen. Een miljoen mensen in een kwetsbare omgeving laten veel sporen achter.

Er is in Noorwegen een prachtig recht dat iedereen toe staat om de natuurlijke schoonheid te ervaren, allemannsretten (het allemansrecht), ofwel ‘right to roam’. Het is een belangrijk onderdeel van het Noorse culturele erfgoed, want sinds de oudheid bestaat het recht om vrij rond te lopen, ongeacht wie de eigenaar van het land is. Maar het recht draagt ook de verantwoordelijkheid voor het behoud ervan. Het is onze plicht géén sporen achter te laten, ook geen wc-papier.

De eerste eland en wat een shelter!

Vlak na de veerboot komen we de Hongaar Zoltán weer tegen, die we eerder honderden kilometers noordelijker ontmoetten op de Noordkaap. We besluiten samen naar een onvergetelijke (fiets)shelter te fietsen. Volledig omringd door enorme ramen, die uitkijken over de zee van voren en de bergen vanachter. Terwijl een zeeotter met schelpen aan het spelen is, komt er rond zonsondergang een koppel elanden uit de bosjes tevoorschijn. Het moment is magisch. En ze zijn enorm.

Als de zon onder de horizon verdwenen is, zakt de temperatuur met rasse schreden. Een witte mist en geruisloze stilte valt over het landschap. We knijpen elkaar in slaap.

Sliert met campers

Nadat we het plaatsje Svolvær gepasseerd zijn, wordt het erg druk op de weg. Soms heeft Audrey een hele sliert aan campers achter zich hangen als ze een heuvel probeert op te fietsen. De wegen zijn smal en bochtig, de campers groter en breder en inhalen is dus lastig. Ze probeert maar niet te denken aan de frustratie die er in de bestuurders omgaat en te focussen op haar eigen zware ademhaling.

Aan het einde van de dag kamperen we aan het strand Rørvika. Hier zijn kleine plekjes afgebakend om de tent op te zetten in het struikgewas. Ook is er een toilet aanwezig en Eloy en Zoltán besluiten een verfrissende duik te gaan nemen in het aanlokkelijke maar ijskoude zeewater.

‘s Nachts zit Eloy plots recht in zijn slaapzak. ‘Wat doe je nu?’, vraagt Audrey. ‘Ik hoor iets piepen’, zegt hij. Audrey’s oren registreren dit soort geluiden allemaal niet, wat soms handig is en soms niet. Heldhaftig checken we de voortent en de fietstas met eten, maar zonder iets te zien. ‘s Ochtends blijken er kleine keuteltjes in de pan te liggen die open stond…

De dag nadien gaat Zoltán nog een extra toertje fietsen. Later op de dag haalt hij ons bij en vraagt of we samen met hem in een huisje op een camping willen overnachten, aangezien de voorspelling zware regen is. En zo eindigen we op een camping in Storfjord, verandert de hut in no-time in een bende vol fietsspullen en hebben we een gezellige avond. 

Plan A, plan B, plan C, plan …

Op de laatste fietsdag op de Lofoten blijven we ons plan aanpassen. Eerst begeeft de benzinebrander om te koken het opnieuw, maar dat is zorg voor later. We nemen afscheid van Zoltán gezien hij een ander tempo en plan heeft. Er is een verschrikkelijke tunnel met veel verkeer, waar we helaas bergop moeten fietsen. We gebruiken het mossige en glibberige voetpad, omdat er geen fietspad is. De andere 2 tunnels kunnen we gelukkig omzeilen door een pad wat erlangs loopt. Er staat al veel wind, maar voor de volgende dag wordt nog veel slechter weer voorspeld. Daarom verleggen we het eindpunt steeds en fietsen verder. We passeren het schattige en toeristische stadje Reine in de schemering. De straten zijn verlaten want de nacht valt, het regent en het is koud tot op het bot. De lichtjes in de kleine houten rode en witte huisjes verwarmen ons. Ze lijken op van die kersthuisjes, waar je kaarsjes in stopt. Ergens verlangen we nu naar de warmte in zo’n huisje, maar we genieten ook van het landschap om ons heen, met de wolken die net boven dit sprookjesachtige dorp hangen en de toppen van de omringende bergen verhullen.

Daarna begint de energie echter op te raken. Onze gezichten staan op chagrijnig, als een auto ons tegenhoudt. Er stappen een paar mannen uit, ze komen uit Kroatië. Maar… ze maken een documentaire over Noorwegen en vragen of ze ons mogen filmen terwijl we fietsen. Vol ongeloof lachen we en de chagrijnigheid verdwijnt binnen een paar seconden. Opeens fietsen we in een docu over Noorwegen.

Een woelige rit (op het water)

Uiteindelijk besluiten we vanwege de slechte weersverwachting voor morgen de tent 1,5 km voor de haven van Å op te zetten. Morgenvroeg vertrekt daar de veerboot terug naar het Noorse vasteland, naar Bodø. Daar komen we Zoltán weer tegen, hij heeft alsnog onze kampeersuggestie gekozen. Onder het licht van de koplampen van de fietsen en de hoofdlampjes zetten we de tent op. Inmiddels is het 21.30u. De yoghurt uit zak is een fantastische uitvinding, en samen met wat brood wordt dat het avondeten, want het kooktoestel is nog kapot.

‘s Ochtends voelen we dat de wind al een stuk sterker is dan gisteren. We nemen nu echt afscheid van Zoltán. Gelukkig nog maar één tunnel en dan zijn we binnen een paar minuten in de haven. De veerboot zal er 3,5 uur over doen en we hebben voor de zekerheid een veerboot eerder genomen, aangezien we vanavond met de trein naar het zuiden van Noorwegen vertrekken. Ze vragen iedereen die aan boord gaat om de voor- en achternaam in een recorder te noemen. We twijfelen of we niet toch een ticket nodig hebben voor deze lange oversteek. Op de boot lezen we dat het inderdaad voor voetgangers en fietsers gratis is om te pendelen.

De zee is wild en de goven hoog. Spullen rollen van tafels. Allebei worden we een beetje misselijk en zeeziek. Later blijkt dat de volgende veerboten voor die dag zijn afgelast door de extreme wind. Eenmaal in Bodø aangekomen gaan we op zoek naar een supermarkt die op zondag open is. We vinden er een op een heuvel. De echte hoofdingang is gesloten, maar een zij-ingang leidt ons in een smal gangpad waar een kleine selectie uit de winkel wordt verkocht, voor een iets hogere prijs. Wel bijzonder deze constructie.

Treinreis naar Oslo

Als we daarna naar het treinstation gaan, merken we dat we niet de enige fietsers zijn die de trein nemen. Er is een Duits koppel met een baby van 6 maanden oud, die ook door heel Noord-Noorwegen zijn gefietst. En later komen er nog een stuk of 6 fietsers, hopelijk past het in de trein. De plekken in de trein hebben we al een aantal weken geleden moeten reserveren, maar nadien is een deel van het traject beschadigd geraakt door een storm, waardoor er een stuk met de bus moet worden overbrugd.

Tien uur later komen we om 7.15u aan in Trondheim. We informeren bij de informatiebalie, net als de rest van de passagiers, naar de aangepaste dienstregeling. De eerstvolgende trein weigert echter fietsen mee te nemen en inmiddels staan er ongeveer 15 fietsers op het perron te wachten. De conducteur van de volgende trein lacht zenuwachtig als hij de fietsen (inclusief bagage) van iedereen ziet. Met wat proppen, lukt het om iedereen in de trein te krijgen. Het is gezellig druk in het fietshok.

Net zo zenuwachtig reageren de buschauffeurs van de 3 touringcars als ze de hoeveelheid fietsers met hun bagage zien, die ze naast de overige treinpassagiers moeten vervoeren… Uiteindelijk komt ook dat tot een goed eind.

Weerzien

Samen met de hele groep fietsers komen we, na 24 uur in boot, trein, trein, bus, trein, aan in Oslo. Bijna 2000 kilometer zuidelijker, in een ander klimaat, waar het warmer voelt en de zon opmerkelijk meer zichtbaar is. Op het station wachten Audrey’s moeder, zusje en haar partner ons op. Na meer dan een jaar knuffelen we elkaar goed. Zij zijn per camper naar Noorwegen gereisd en samen gaan we een paar dagen in Oslo doorbrengen. De bagage gaat met de familie in de bus. Wij fietsen door Oslo, niet-wetend dat er nog een klim van 17% komt, want de camping ligt bovenop de Ekerberg. Maar daarvoor krijg je een prachtig uitzicht én zonsondergang over de stad terug!

Voor geïnteresseerden de statistieken van Noord-Noorwegen:

  • Reisperiode: 13-08-2023 – 04-09-2023
  • Dagen: 23
  • Afstand: 1111 km
  • Hoogtemeters: +7360m
  • Regenbogen: 14
  • Tunnels: 22
  • (Veer)boten: 7
  • Weer: 4 seizoenen in een dag, zelfs in de zomer
  • Overnachtingen:
    • Tent/bivak: 17 nachten
    • Bij lokale inwoners: 3 nachten
    • Trein: 1 nacht
    • Hut: 1 nacht

Comments (1)

  • Yvonne Huppertz 12 juni 2024 at 13:17 Reply

    Wat een verhaal.
    Goed geschreven. Ieder het zijne, jullie hebben hiervoor gekozen.
    Denk dat meerdere mensen medelijden met jullie hebben gehad. Wanneer ik zulke reizigers zou tegenkomen zou ik ook mijn schuur of huis openstellen.
    Toch veel angstige momenten gehad en ook overwonnen . Gelukkig alles goed verlopen en weer thuis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.